TIPS over een vermissing? Bel 0800 - 6070 | Bij SPOED bel 112

Lusanne van der Gun met haar ouders in 2003 - Foto: ANP

Niet eerder vertelde Lusanne van der Gun uit Oldeberkoop over haar ontvoering. Voor AMBER Alert maakt zij een uitzondering. Openhartig sprak Lusanne met onze verslaggeefster Jolande van der Graaf over de drie angstige dagen en nachten in 2003 toen zij in handen was van een kidnapper. Het aangrijpende verhaal over de vermissing van een toen elfjarig meisje die het hele land in de ban hield.

‘MIJN ONTVOERING IS EEN FILM IN MIJN HOOFD’

Lusanne’s verdwijning hield heel Nederland in de greep

door Jolande van der Graaf
“Mijn kidnapper bedreigde me meteen. Hij waarschuwde naar een kliniek te rijden waar mijn organen uit mijn lichaam zouden worden gehaald, als ik niet zou luisteren. Dat had veel impact op me. Ik liet het uiteraard wel uit mijn hoofd om te vluchten.”

In augustus 2003 viel Lusanne van der Gun uit het Friese Oldeberkoop als elfjarige op klaarlichte dag ten prooi aan een ontvoerder. Samen met haar vriendinnetje Carien fietste zij naar school, toen langs de kant van de weg een stilstaande auto opdook.

Bij de wagen stond een voor de meisjes onbekende man met een verrekijker. Hij deed zich voor als politieagent en gaf een stopteken. Carien moest doorfietsen. Tegen Lusanne zei de man dat haar fiets niet in orde was. Ze moest mee naar het politiebureau.

Het was het begin van een kinderverdwijning die in ons hele land met ingehouden adem werd gevolgd. Lusanne, inmiddels een zelfbewuste, 25-jarige vrouw, sprak niet eerder met journalisten over die angstige momenten in haar jeugd. Kort na de kidnap verscheen wel een boekje over haar, maar dat was alleen gebaseerd op politieverhoren van Lusanne.

“Ik heb geen behoefte om erover te praten, ik vind mezelf niet bijzonder. Mijn verhaal vertellen aan AMBER Alert is een andere zaak. Ik hoop dat mensen erdoor inzien dat het vermiste kinderenalarm een enorm verschil kan maken bij een ontvoering als de mijne.”

Soms denkt ze nog aan de voor haar zo bizarre zomer van 2003. Het is een deel van haar leven, vertelt Lusanne, een soort film die ze in haar hoofd kan afspelen. “Eigenlijk begon het al eerder. Mijn ontvoerder, Simon S., deed kort voor de kidnapping al een poging om me mee te nemen. Later zou blijken dat hij het op mij had gemunt vanwege de kaasboerderij van mijn ouders. S. dacht dat er bij ons veel losgeld viel te halen.”

Ook bij die eerste poging zat Lusanne op de fiets. Ze was een tekening kwijt en reed terug naar school. Vanuit het niets was daar plotseling haar belager. S. stopte zijn auto vlakbij Lusanne en vroeg het meisje of zij iets kwijt was. “Ik kende hem niet en antwoordde dat ik iets was verloren. Op het moment dat die vent me aanbood om samen te zoeken, ben ik hard weggereden. Thuis had ik geleerd dat ik niet met vreemden mocht meegaan.”

Hoe zij later, op maandag 23 augustus van dat jaar toch bij Simon S. in de auto belandde, weet ze niet meer. “Die hele toestand – langs de weg, zijn verhaal dat hij politieman was en Carien die verder moest fietsen – gaf me direct een gevoel dat het niet klopte. Maar als elfjarige ga je niet op je gevoel af. Of ik ben ingestapt of de auto ben ingetrokken, herinner ik me niet. De emotionele momenten heb ik kennelijk geblockt in mijn geheugen. Wel weet ik, dat ik blij was dat hij Carien liet gaan. Zij heeft suikerziekte en had het zonder haar medicijnen nooit overleefd.”

S. blinddoekte zijn slachtoffertje door haar hoofd te omwikkelen met verband. De zwachtel zat tot aan haar neus. Lusanne kon onder het verband vandaan alleen haar voeten ontwaren. “Ik werd in de kofferbak gelegd. De achterbank was iets naar voren geklapt, zodat ik tijdens het rijden de bomen en de lucht kon zien. Kort erna kwam die waarschuwing dat hij me naar die organenkliniek zou brengen, als ik niet zou gehoorzamen.”

Als elfjarige wist Lusanne dat ze zich in een gevaarlijke situatie bevond. Haar overlevingsmechanisme schakelde haar gevoelens uit, zegt ze. Ondertussen schoten gedachten door haar hoofd. “Net een mimespeler was ik. Ik dacht van alles, wilde van alles. Maar ik kon niets. Alsof ik van een afstand toekeek naar wat er gebeurde. Verlamd en niet in staat om in te grijpen. Hij heeft me ook gedrogeerd met slaappillen. Die mengde hij door het drinken dat ik van hem kreeg.”

S. reed eerst tientallen kilometers met het meisje rond. Ergens op die route moet Lusanne bij het passeren door een vrachtwagenchauffeur zijn opgemerkt. “Ik heb nooit geweten wie die chauffeur is. Eigenlijk zou ik hem best willen ontmoeten, misschien leest hij dit wel”, vervolgt ze. “In ieder geval heeft die trucker de politie gebeld, toen hij later op het tv-journaal zag dat ik was ontvoerd. Als AMBER Alert destijds al had bestaan, was het vermoedelijk anders gegaan. Dan was de chauffeur op de hoogte geweest, had hij meteen alarm geslagen en was ik hoogstwaarschijnlijk al snel bevrijd.”

Het telefoontje van de trucker kwam te laat. Op een voor Lusanne onbekende plek was S. inmiddels met haar van auto verwisseld. Drie dagen en nachten lag Lusanne in de kofferbak van die wagen.

Flarden van het verloop van de kidnapping staan haar bij. “Ik weet nog dat S. een keer bij een bos stopte. Daar mocht ik even naar buiten. In de verte hoorde ik kinderen joelen. Ze waren, aan het geplons te horen, aan het zwemmen. Ik had graag dat verband van mijn hoofd willen rukken en willen wegrennen. Maar S. bleef steeds vlakbij. Hij kan een wapen onder zijn jas dragen, ging er door me heen.”

Overdag kreeg Lusanne eten en drinken van haar ontvoerder. “Het was ontzettend warm in die afgesloten ruimte. En heel oncomfortabel om steeds te moeten liggen.”
’s Nachts liet de ontvoerder haar alleen. Hij stalde zijn wagen dan in een garagebox, Lusanne sliep in de auto. “Ik had, geloof ik, een dekentje gekregen en ik had mijn jas bij me. Gekneveld was ik niet, ik kon een beetje rondlopen. De roldeur van de garage stond op een kier, het bleef lang licht omdat het hoogzomer was. Verkeer of mensen kon ik niet waarnemen, het moet een afgelegen plek zijn geweest. Ik woog mijn kansen af om onder de deur door naar buiten te kruipen en te vluchten. Ik deed het niet. S. kon immers achter die deur staan.”

Tijdens de tweede dag van de kidnapping eiste de crimineel telefonisch losgeld van Lusanne’s ouders. Twee ton. Het geld werd met een helikopter door de politie naar de kaasboerderij van de familie Van der Gun overgevlogen, maar nooit uitbetaald. Tijdens het telefoongesprek met haar ouders liet S. ook Lusanne even aan de telefoon komen. “Ik stond in een telefooncel. Wat ik zei, hoe ik op mijn ouders reageerde; dat ben ik allemaal kwijt. Te pijnlijk, vermoed ik.”

Ze hield zichzelf op de been door een soort band met Simon S. aan te knopen. Tijdens het autorijden sprak Lusanne over dingen die zij leuk vond. “School, thuis, onze dieren, gespreksonderwerpen waar ik zelf een beetje vrolijk van werd. Het klinkt misschien raar, maar echt angst om dood te gaan, heb ik niet gevoeld. Hij heeft me ook niet geslagen of misbruikt. Maar al die tijd was er één overheersende gedachte: ik wil naar huis!”

Het moment van haar vrijlating staat Lusanne haarscherp voor de geest. Aan het einde van de derde dag dropte S. haar totaal onverwacht bij een hotel in Venlo. “Opeens deed hij mijn blinddoek af. Ik werd uit de auto gezet en kreeg twee euro in mijn hand gedrukt. ‘Kijk niet achterom’, zei hij en reed weg. Natuurlijk keek ik wel om. Ik zag de auto, maar ik had niet het besef om het kenteken te onthouden.”

Uitgeput liep Lusanne het hotel binnen. Iemand zei: ‘Ben jij je moeder soms kwijt, meisje?” Lusanne: “Ik was leeg en helemaal op. Je kon me opvegen. Stotterend kon ik nog net mijn naam uitbrengen. ‘Ik ben Lusanne’, het kwam heel moeilijk over mijn lippen. Ik werd meteen herkend, mijn ontvoering was overal in het nieuws geweest.”

Voor de hotelbalie stortte ze in elkaar. “Daarna ging alles naar mijn gevoel heel snel. Binnen no time zat ik aan een tafel met een bord patat zo groot als een dienblad. Nog iets later kwam de politie en lag ik bij een agent op de schouder. Ik was compleet gedesoriënteerd en wist zelfs niet of ik dagen, weken of een jaar was weggeweest.”

foto: journalistiekzwolle.nl

Met gillende sirenes werd Lusanne naar Amersfoort gebracht waar ze op een politiebureau werd herenigd met haar ouders. “Ik zie nog hun gezichten, de tranen van blijdschap. Ik viel mijn ouders in de armen. Álles wilde ik weten. Hoe het thuis ging en hoe het met de koeien, de hond en de katten was. Eenmaal in Oldeberkoop stormden mijn broertjes en zusje naar beneden. Ik had zoiets van: jongens, ik ga naar bed. Ik wil slapen.”

In de dagen die volgden bleef ze in huis. “Dat vond ik niks, maar mijn ouders wilden me beschermen tegen de journalisten en hun camera’s die voor ons huis hadden postgevat. Een paar dagen later ben ik op de foto gezet en kwam mijn hele schoolklas langs. Een tijdje kreeg ik begeleiding van een psycholoog. Om alles te verwerken.”

Simon S. werd uiteindelijk opgepakt. In eerste aanleg kreeg hij vijf jaar cel opgelegd, in hoger beroep werd S. veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf. In Oldeberkoop pakten Lusanne en haar familie de draad weer op. “Ik reed al rap weer op de fiets naar school, terwijl veel van mijn klasgenoten dat vanwege mijn ontvoering nog niet durfden. Dat was wel mooi.”
Na het VMBO volgde ze een chauffeursopleiding. Een paar jaar lang reed de stoere, jonge vrouw op het buitenland. Alleen, met een tankwagen van vijftig ton. “De reacties waren vaak erg grappig: ze vinden het in het buitenland heel bijzonder een vrouw alleen achter het stuur te treffen. Waar ik ook kwam, ik werd bij elke fabriek vol gestopt met lekkers. Ik kan ook geen koekjes of chocola meer zien.”

Inmiddels is ze 25 en woont Lusanne samen met haar vriend. Ze rijdt momenteel in een Scania van haar werkgever, nu vooral in eigen land. “Op de wagen zitten is mijn lust en mijn leven. Je zit heel hoog. Net of ik de hele tijd vakantiereisjes maak. Ik noem mijn auto altijd ‘Chicky’, naar het griffioen-embleem van Scania dat wel wat van een kip weg heeft.”

Als groot AMBER Alert-fan installeerde Lusanne onze app op haar telefoon. “Wij chauffeurs zien alles. Het is essentieel dat veel truckers bij een kinderontvoering meekijken. Hoe korter zo’n kidnapping duurt, hoe beter. Sommige vermissingszaken raken me persoonlijk, daar sta ik bij stil. In 2017, bijvoorbeeld, de verdwijning van die twee meisjes Romy en Savannah. Dat zijn zaken die een beetje op de mijn ontvoering lijken. Dan lopen de koude rillingen weer over mijn rug.”

Simon S. zou tegenwoordig in Kerkrade wonen. Op de vraag of zij hem ooit zou willen ontmoeten, zegt Lusanne resoluut: “Absoluut niet. Ik ben zelfs niet benieuwd hoe die man er uitziet. Wat hij uithaalde, was voor mijn ouders waarschijnlijk het moeilijkst. Zij hadden dagenlang geen idee wat er met mij gebeurde, waar ik was en of ik nog leefde. Natuurlijk hebben de gebeurtenissen ook invloed gehad op mijn leven. Maar ik ben niet achter de geraniums beland. Ik denk dat het me zelfs sterker heeft gemaakt.”

*Lusanne, inmiddels 25 jaar oud, wil liever niet herkend worden. Op haar verzoek daarom alleen een foto die kort na de ontvoering in 2003 van haar en haar ouders werd gemaakt. Foto: ANP

Ik zoek mee